Inleiding

Kinderopvang is meer dan alleen “gezellig bezig zijn met kinderen”. Gastouders hebben naast die van de ouders, een verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen. In dit plan zullen wij het kader aangeven waarbinnen wij dit pedagogisch handelen vorm geven.


Doelstelling
“aan de ouder in de daartoe ter beschikking staande ruimten een opvangmogelijkheid te bieden door haar verzorgde kind(eren) in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar. Waarbij aan deze kinderen integrale ontplooiingskansen worden geboden,
onder leiding van de gastouder en waarbij de gastouder professionele begeleiding en ondersteuning krijgt van gastouderbureau Diana”. Bij het vertalen van deze doelstelling naar de dagelijkse praktijk komen wij tot de volgende pedagogische visie ten aanzien van de gastouderopvang: “het scheppen van een omgeving waar de kinderen zich prettig voelen en zichzelf kunnen zijn zodat ze zich vanuit deze veilige basis kunnen ontwikkelen tot zelfstandige, sociale mensen met zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor zichzelf en voor anderen. Dit in goed overleg met ouders en waarbij ouders gebruik kunnen maken van een professionele en flexibele kinderopvang in een thuissituatie.
Het is dus belangrijk dat een kind zich thuis voelt bij een gastouder en dat de ouders met een goed gevoel hun kinderen achter kunnen laten. De basis hiervoor wordt gevormd door de veilige en vertouwde omgeving bij een gastouder. Hierbij speelt vervolgens de afstemming van de situatie thuis met die bij de gastouder gebeurt en waarom dit gebeurt. Na de
uitwerking van onze werkwijze ten aanzien van de bovenstaande onderwerpen volgt een beschrijving van verschillende
ontwikkelingaspecten. Eerst komen onze uitgangspunten ten aanzien van de groei naar zelfstandigheid en het zelfvertrouwen aan bod, gevolgd door onze benadering ten aanzien van de sociale, emotionele, motorische en
creatieve ontwikkelingsaspecten binnen het groepsleven.

  • Deel 1 beleidsplan op het gebied van opvoeden en verzorgen van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar oud.
  • Deel 2 is ons pedagogisch werkplan waarin de praktische uitvoering van het beleidsplan omschreven staat.
  • In deel 3 kunt de randvoorwaarden lezen ten behoeve van ons pedagogisch beleid.
  • In deel 4 staan de huisregels en algemene richtlijnen omschrijven omschreven. In dit deel is ook te lezen over de oudercommissie en het klachtenreglement.

Deel 1 Pedagogisch beleidsplan
Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving. Een veilige en vertrouwde omgeving is de basis van waaruit een kind zich kan gaan ontwikkelen. Het is dus belangrijk dat een kind zich thuis voelt bij een gastouder. Het moet een plek zijn waar kinderen met plezier naar toe gaan en zijn. Voorwaarden voor een vertrouwde omgeving beginnen bij duidelijkheid voor kinderen. Het kind moet weten waar het aan toe is. Daarom kiezen wij ervoor dat de kinderen de dag doorbrengen in hun
eigen, vertrouwde groep met hun eigen, vertrouwde gastouder. Verder is er een vaste dagindeling en zijn er duidelijke regels. Daarnaast moet de woning en de inrichting voldoen aan een aantal eisen zodat het kind zich hier thuis, maar ook vrij kan voelen. De vloeren en muren zijn in rustige kleuren en worden regelmatig versierd met kleurige posters, maar vooral met het knutselwerk van de kinderen. Een ruimte is ingedeeld met speelhoeken. Er zijn plekken waar je met elkaar speelt,
maar ook plekken waar je alleen kunt spelen of je terug kunt trekken. Het speelgoed wordt met zorg gekozen en uitnodigend uitgestald zodat dit kinderen uitdaagt tot spelen. Bij een gastouder komt het kind terecht in een heel andere situatie dan thuis. Het komt in een omgeving waar het te maken krijgt met leeftijdgenootjes, met andere volwassenen en met andere speel-en ontwikkelingsmogelijkheden. Er zullen bij de gastouder andere regels gelden dan thuis. Ook zijn er ander gewoontes en gebruiken. Het hoeft bij de gastouder niet allemaal precies zo te gaan als thuis en andersom. Onze
ervaring is dat kinderen heel goed in staat zijn onderscheid te maken tussen thuis en ergens anders als maar duidelijk wordt wat er anders is en waarom. Hiervoor is het van belang dat er een goede afstemming is tussen thuis en bij de gastouder. Om te bereiken dat ouders en gastouder begrip hebben voor en duidelijkheid over elkaars situatie zijn er een
aantal vaste momenten waarop er overleg is tussen ouders en gastouder. Dit begint al, voordag het kind geplaatst is, bij het kennismakingsgesprek. Hier worden de ouders geïnformeerd over de gang van zaken door gastouderbureau Diana. Onderwerpen zoals de dagindeling, de wenperiode, hoe wordt er gewerkt en welke regels worden gehanteerd, komen hierbij aan de orde. De gastouder krijgt dan ook informatie van de ouder over het kind. De verzorging, eet-, slaap- en andere gewoonten worden besproken. Ook tijdens de wenweek zal er veel overleg plaatsvinden tussen ouders en
de gastouder, vooral veel praktische dingen zullen dan besproken worden (hij wilde zijn melk niet drinken, hoe is hij dat thuis gewend, hij heeft het thuis steeds over …, weet jij wat hij bedoelt enz.). Om de overgang tussen thuis en de gastouder gemakkelijker voor het kind te maken zijn er vrijwel dagelijks breng- en haal gesprekjes waarin over en weer verteld kan
worden hoe het thuis of in de groep gegaan is. Om ervoor te zorgen dat de gastouder ook tijd en aandacht heeft voor deze dagelijkse overdracht moeten de kinderen voor een afgesproken tijd gebracht zijn. Daarna begint het dagprogramma met de kinderen. Wanneer een kind ’s morgens gebracht wordt en de ouder gaat weg, dan willen we dat de ouder op zijn eigen manier duidelijk afscheid neemt van zijn kind. Zo weet het kind in ieder geval dat de ouder is weggegaan en hem pas vanmiddag weer komt halen. Het kind is dan misschien wel even verdrietig, maar het is wel heel duidelijk voor hem. Het verdriet wordt alleen maar groter als het kind veel later ineens ontdekt dat papa of mama zomaar is verdwenen. De kinderen mogen altijd hun vertrouwde knuffel, speen of iets dergelijks van thuis meenemen. Na het afscheid nemen worden deze, als het kind er aan toe is, in het bakje van het kind gelegd om kwijtraken te voorkomen. Alleen bij het slapen of als het troost nodig is, wordt deze knuffel of speen te voorschijn gehaald. Ieder kind heeft een schriftje waarin de gastouder regelmatig in schrijft. Bij de hele kleintjes gaan deze verhaaltjes vooral over het eten en slapen. Later komen hier steeds meer dingen zoals de ontwikkeling, activiteiten, gebeurtenissen, ruzietjes, ongelukjes enz. Er wordt getracht een eerlijk verslag van de dag te maken waarin leuke en minder leuke dingen aan bod komen. Ook de ouders worden gestimuleerd om regelmatig in het schriftje te schrijven zodat ook de gastouder op de hoogte blijft van wat er thuis gebeurd is en daarop eventueel kan reageren. Bij verzoeken van ouders (over o.a. slapen, eten of extra komen) zal het belang van het kind en dat van de groep en de organisatie worden afgewogen. Zijn de wensen te realiseren binnen de door de
gastouder gestelde huisregels met betrekking tot groepsritme, dagprogramma of groepsgrootte dan zal er gehoor worden gegeven aan het verzoek.

1.2. Zelfstandigheid en zelfvertrouwen
In de groep wordt veel aandacht besteed aan de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van de kinderen. De kinderen hebben er vaak veel plezier in om zelf iets te kunnen en wij vinden dit belangrijk. Dit begint al bij de baby’s en wordt afhankelijk van het niveau van het kind steeds verder uitgebreid. Bijvoorbeeld bij het aankleden: de baby wordt gestimuleerd om zelf de armen in de mouwen te steken. Op de peuterleeftijd en ouder wordt dit uitgebreid naar zichzelf aan en –uitkleden. De kinderen worden gestimuleerd en begeleidt om zichzelf aan en –uit te kleden. Tijdens het eten laten we het kind zelfstandig eten en drinken. Bij tandjes poetsen mogen ze dit eerst zelf doen en wij poetsen na. Ook het opruimen van het speelgoed wordt met zijn allen spelenderwijs gedaan waarbij de gastouder de kinderen tot helpen aanspoort door het geven van kleine opdrachten. Om praktische redenen is het niet altijd mogelijk om kinderen voldoende
tijd te geven om zich b.v. in hun eigen tempo aan te kleden. Er zijn kinderen die alles ‘zelf willen doen’ maar het onmogelijk om daar een uur mee bezig te zijn. Daar verstoort het ritme van de groep te veel. Met tips en trucs wordt het kind dan op weg geholpen. In de woning vind je vrijwel al het materiaal op kindhoogte, zodat kinderen zelf kunnen kiezen en pakken. Ook wordt het in alle groepen gestimuleerd dat grotere kinderen de kleinere helpen. Zelfstandigheid speelt ook een rol in het contact met anderen. Als een kind bijv. iets van een ander kind wil, stimuleren we het om dat zelf te vragen, in plaats van naar de gastouder toe te komen. Dit zelfstandig proberen en laten slagen, ontdekken waar je goed in bent, geeft het kind zelfvertrouwen. De gastouder laat het kind zoveel mogelijk vrij in dit proberen en ontdekken. Zij stimuleert dit door het geven van tips of het bieden van uitdaging. Zo leert het kind zijn persoonlijke kwaliteiten kennen en ontwikkelen.
Wanneer deze ontdekkingsreis ten koste gaat van veiligheid of wanneer de ontwikkeling van het kind zelf of van andere kinderen in gevaar komt, zal de gastouder ook de grens aangeven. Zij zal het kind uitleggen waarom zij dit niet wil en biedt het kind vervolgens, als het mogelijk is, een alternatief aan.


1.3 De sociale ontwikkeling
Binnen de groep is de omgang met elkaar heel belangrijk. De kinderen worden gestimuleerd om elkaar te waarderen, te respecteren en rekening te houden met elkaar. De kinderen wordt aangeleerd dat ze niet alleen aan zichzelf maar ook aan anderen moeten denken. Dit betekent dat het kind even moet wachten totdat de ander uitgepraat is of totdat de ander
klaar is met een bepaald speeltje. De kinderen worden serieus genomen en geaccepteerd zoals ze zijn. Kinderen worden vrij gelaten of ze mee willen doen aan een bepaalde activiteit. En geeft een kind bijvoorbeeld aan alleen te willen spelen dan wordt daar ruimte voor gecreëerd. Samen spelen vinden we belangrijk, maar er moet ook ruimte zijn om iets alleen te doen. De baby’s zijn vooral bezig om speelgoed en elkaar aan te raken. De gastouder stimuleert het samen liedjes zingen, boekjes lezen, spelletjes doen en knutselen. Het verschonen en voeden zijn de momenten dat de kleine baby’s extra
aandacht krijgen, door met ze te knuffelen, te praten en spelletjes te doen. In de peuter en –schoolfase wordt het groepsgebeuren belangrijker. De kinderen zijn meer gericht op het met elkaar samenzijn in de groep. Ze leren dat ze niet alleen aan zichzelf moeten denken maar ook rekening moeten houden met de andere kinderen. In het algemeen zie je dat de oudere kinderen vaak zeer zorgzaam zijn voor de jongeren. Zo komen oudere kinderen hulp van de gastouder halen als het de kleintjes bijv. nog niet lukt om de jas te pakken. Kinderen ontwikkelen ook vriendschappen met elkaar. Ze herkennen hun groepsgenootjes en bij binnenkomst zijn de kinderen blij elkaar te zien. Er wordt door de grotere kinderen bewust gekozen naast wie men aan tafel zit of met wie men iets wil doen. Door de gastouder wordt natuurlijk in gehouden dat er geen kinderen buiten de groep komen te staan. Door dit samen leven, samen spelen, dingen delen, elkaar helpen en van elkaar leren, leert het kind zijn sociale kwaliteiten kennen en te ontwikkelen.

1.4 De emotionele ontwikkeling
We vinden het belangrijk dat de kinderen de gelegenheid krijgen om hun gevoelens zoals boosheid, angst, verdriet en vreugde te uiten. De gastouder zorgt dat zij er is voor het kind, dat er ruimte en ook tijd is te luisteren naar deze emoties. We nemen de gevoelens van de kinderen serieus; bij vallen niet ontkennen dat zoiets pijn doet door te zeggen “ je bent al zo’n grote jongen”. Huilen mag! We proberen het gevoel van het kind onder woorden te brengen. (Je vindt het zeker niet leuk, dat papa nu weggaat). Het kind moet zichzelf kunnen zijn, maar we leren het kind ook waar de grens is, wat wel en niet kan (je mag boos zijn, maar je mag niet slaan). Het is belangrijk dat de gastouder, luistert, begrip toont, maar ook
duidelijke grenzen biedt in de groep. We zijn ons ervan bewust dat je het verdriet van het kind ontkent door het kind af te leiden of iets anders aan te bieden, toch blijkt dit soms nodig om het kind over zijn verdriet heen te helpen. Baby’s uiten hun gevoelens doorgaans door te huilen. De gastouder zal de oorzaak van dit gedrag opsporen en wegnemen. Is er geen aanwijsbare reden, dan zal er gekeken worden naar een oplossing waar het kind zich het prettigst bij voelt. In zo’n situatie probeert de gastouder het kind gerust te stellen door op een rustige toon tegen het kind te praten, te benoemen wat zij doet. Wij zien dat ook kinderen onderling goed in staat zijn elkaar te troosten of over angsten heen te helpen. Kinderen die bang zijn iets nieuws te proberen worden vaak door kinderen die wel durven over een drempel heen geholpen. Blijven er voor een bepaalde activiteit, speelgoed o.i.d. angstgevoelens bestaan bij een kind dan zal de gastouder naar eigen inzicht handelen. Bepaald speelgoed kan bijv. een tijdje van de groep als daar een kind echt bang voor is. Soms zal een gastouder ervoor kiezen een kind stap voor stap te laten wennen door extra aandacht en uitleg. Op al deze manieren zorgen we voor een emotioneel veilige omgeving voor het kind. Bij (plotselinge) gedragsverandering wordt er altijd eerst naar een oorzaak gezocht (bijv. verandering van slaap of –eetgewoonte, de komst van een broertje of zusje enz.). De gastouder speelt hierop in en kan daar evt. in een spel of kringgesprek aandacht aan schenken. Goede oudercontacten zijn hierbij van groot belang, op de situatie thuis kan dan ingespeeld worden. Wij vinden het belangrijk dat de gastouder tot op zekere hoogte ook haar
emotie kan uiten. Kinderen mogen, binnen grenzen, weten dat de gastouder zich niet lekker voelt of boos is. Dit laatste uit zich in de gezichtsuitdrukking en toon van de stem.

1.5 De verstandelijke ontwikkeling
Bij baby’s begint de verstandelijke ontwikkeling met het vastouden, proeven, kijken naar en bewegen van voorwerpen. Hierdoor leren de kinderen deze voorwerpen kennen en herkennen om vervolgens te leren combineren en het ontdekken van de oorzaak en gevolg. Zo verandert het spelmateriaal van een rammelaar in een activity-center, vormenstoof of kiekeboe-spel. Naarmate het kind zich beter kan voortbewegen, gaat het steeds meer de wereld om zich heen verkennen.
Afhankelijk van waar het kind aan toe is wordt er door de gastouder steeds iets nieuws aangeboden. Het kind krijgt tijd en ruimte om zelf op ontdekkingstocht te gaan. Om zo zelf uit te vinden waar het plezier in heeft of waar het goed in is. Het ontwikkelingsmateriaal staat bij elkaar in een aparte kast waar de kinderen zelf bij kunnen. Van de kinderen wordt verwacht dat ze met dit speelgoed aan tafel gaan zitten. Zo hebben zij een rustige, overzichtelijke plek om te werken en worden zij niet gestoord door activiteiten van andere kinderen. Wat de kinderen uit de kast pakken, moeten ze ook afmaken. Ze kunnen daarbij om hulp vragen bij de gastouder of bij de anderen kinderen. De gastouder neemt het daarbij niet uit handen, maar helpt het kind het zelf te doen of om het samen nog eens te proberen. De kinderen worden niet verplicht tot dit soort activiteiten, maar er wordt wel geprobeerd het kind te stimuleren om mee te doen. In groepen wordt ook wel met thema’s gewerkt om zo dieper op een bepaald onderwerp in te gaan. Afhankelijk van het thema wordt d.m.v. gerichte handarbeidactiviteiten, maar ook d.m.v. spelletjes, verhalen en buitenactiviteiten het een ander geleerd over een onderwerp. Een belangrijk onderdeel van de verstandelijke ontwikkeling is de taalontwikkeling. De kleinste baby’s reageren al op het praten van de gastouder door zelf ook geluidjes te maken. Naast het reageren op deze geluidjes wordt de taalontwikkeling ook gestimuleerd door het zingen van liedjes, het lezen van boekjes en het benoemen wat we doen (bijv. bij het verschonen). Zo leert het kind zijn eerste woordjes, gaat begrijpen wat anderen zeggen en gaat uiteindelijk zelf praten. Bij de peuter en –schoolleeftijd komen daar de groepgesprekjes bij. Het kind wordt gestimuleerd tot praten door iets te vertellen en /of de vragen van de gastouder te beantwoorden. De gastouder blijft zo alert op de taalontwikkeling van de kinderen. Door de vaste dagindeling leert het kind het verloop van de dag kennen: na eten komt tanden poetsen en slapen enz. In de dagindeling zitten steeds weer vaste momenten waarop er tijd en aandacht is voor de verstandelijke ontwikkeling. Tijdens het aan tafel zitten is er tijd voor de groepgesprekjes en tijdens het eten worden de kinderen gestimuleerd na te denken bij allerlei vragen, zoals wil je soep, wil je nog brood, wil je een hele/halve boterham, wat wil je er op enz. Bij dit herkennen hoort het onderscheid maken tussen bekenden en onbekenden, de eenkennigheidfase. De kinderen krijgen moeite met afscheid nemen, hechten zich aan de ouder en op den duur ook aan de gastouder en moeten van minder bekenden nog niet veel hebben. De gastouder zal vanuit de vertrouwde relatie het kind leren de andere te
accepteren.

1.6 De motorische ontwikkeling
De motorische ontwikkeling kunnen we splitsen in de ontwikkeling van de grove motoriek (bijv. leren omdraaien, zitten en lopen) en de fijne motoriek (puzzelen, tekenen enz.). De motorische ontwikkeling gaat heel snel bij jonge kinderen. Een pasgeboren baby is totaal afhankelijk van anderen, maar binnen 4 jaar heeft het kind een grote mate van zelfstandigheid ontwikkeld. Ieder kind doe dat in zijn eigen temp, de één is daar actiever in dan de ander. Het wordt geaccepteerd dat het ene kind met veel enthousiasme aan een nieuwe vaardigheid begint en het andere een langere periode van steeds proberen nodig heeft of die behoefte niet heeft. Wel zit er een grens aan het wachten tot een kind uit zichzelf nieuwe uitdaging aangaat. Wanneer we zeker weten dat kinderen iets zouden kunnen, geven wij ze een zetje in de goede richting om het te doen, omdat we weten dat ze enorm trots zijn als ze iets nieuws kunnen, bijv. het maken van een moeilijke puzzel of het zelf aantrekken van schoenen. Bij allerlei activiteiten worden de fijne en grove motoriek geoefend. De fijne motoriek wordt geoefend bij b.v. het knutselen, verven, puzzelen en/of spelen met de constructiemateriaal, aan-en uitkleden en het eten en
drinken. De grove motoriek wordt geoefend bij het rennen, fietsen en klimmen enz. De indeling van de ruimtes en het speelgoed zijn dan ook afgestemd op de leeftijdsgroep die daar gebruik van maakt. Verder gaan we naar buiten. Naar de speeltuin waar de kinderen kunnen fietsen en een grote buitenspeelplaats met een klimhuis, schommels en een zandbak. In de groep proberen we de motorische ontwikkeling positief te beïnvloeden door enthousiast te reageren als een kind iets nieuws doet en kinderen aan te moedigen nieuwe dingen uit te proberen. Bij een baby kunnen we het speelgoed zo neerleggen dat het kind zich moet omdraaien of kruipen om het te pakken. Als het kind net begint te lopen is het een grote uitdaging om onder aanmoediging van een de gastouder aan de hand te gaan lopen. Wij moedigen kinderen aan zelf hun motorische problemen op te lossen. In de eerste instantie bieden wij hulp met woorden, daarna geven wij daadwerkelijke hulp door het samen te doen. Staat een kind op het klimrek buiten en geeft het aan dat het er af wil, dan tillen we het kind er niet af maar proberen d.m.v. aanwijzingen hulp te bieden zodat het kind leert te vertrouwen op zijn eigen vaardigheiden.

1.7 De creatieve ontwikkeling
Wij stimuleren de creatieve ontwikkeling van de kinderen door ze allerlei verschillende materialen en activiteiten aan te bieden en ze te laten ontdekken wat je daarmee kan doen. Onder creativiteit verstaan we niet alleen het doen van allerlei handarbeidactiviteiten maar ook het doen van kringspelletjes, spelletjes aan tafel, het maken van- en luisteren naar muziek en bezig zijn met fantasiespel. Bij de handarbeidactiviteiten gaat het er vooral om dat de kinderen vol enthousiasme met het aangeboden materiaal aan de slag gaan. Het uiteindelijke resultaat is dan altijd mooi en verdient de nodige complimenten. Dit soort activiteiten wordt zowel in groepsverband als individueel gedaan. Het is leuk om te zien hoe de kinderen de verschillende eigenschappen van materialen ontdekken. Zo zullen kleintjes plaksel nog niet ervaren iets waarmee je kunt plakken, maar als iets waarmee je lekker kunt smeren en kliederen. Naarmate de kinderen wat ouder worden leggen we er meer de nadruk op dat het de bedoeling is om ermee te plakken. Natuurlijk beginnen niet alle kinderen met evenveel enthousiasme aan zo’n activiteit. Sommige kinderen moeten even over een drempel geholpen worden voor ze echt het echt leuk gaan vinden. Kinderen die echt niet willen worden niet verplicht mee te doen al
probeer je kinderen wel te stimuleren het eens te proberen. Vaak als ze eenmaal bezig zijn vinden ze het wel heel leuk. Bij alle groepen wordt er met een thema gewerkt zoals de jaargetijden, Sinterklaas, kerst, zomerfeest enz. Dit biedt veel leuke aanknopingspunten om met de genoemde vormen bezig te zijn. Een enkele keer wordt er met de grote kinderen samen gekookt; bijvoorbeeld: macaroni maken of broodjes bakken, wat dan gezamenlijk wordt opgegeten.

1.8 Omgaan met normen en waarden
In onze doelstelling zoals geformuleerd in de inleiding van dit plan, maar ook in de voorgaande stukjes zijn al heel wat normen en waarden voorbij gekomen, waaronder:
· Waarderen en respecteren van jezelf en van anderen
· Sociaal zijn
· Eerlijk zijn
· Zorgvuldig omgaan met spullen
· Resepect voor privacy
De meeste van deze normen en waarden worden spelenderwijs aan de kinderen meegegeven (de fruitbak gaat rond en iedereen pakt er een stukje uit, we doen een spelletje en iedereen die wil mag meedoen). Ook door geven van het goede voorbeeld leren kinderen veel. Toch moeten wij soms grenzen stellen aan wat kinderen mogen en blijft corrigeren nodig. Deze grenzen moeten duidelijk zijn voor de kinderen en ook aan hen uitgelegd worden. Om veiligeheisredenen moeten overmoedige kinderen (zien zelf het gevaar niet van wat ze doen) tegen zichzelf beschermd worden. Kinderen mogen niet zomaar naar een andere ruimte lopen zonder dat daar de gastouder bij aanwezig is. Ook is het belangrijk dat de grotere kinderen rekening houden met de kleintjes enz. Wanneer dingen gevaar op leveren voor kinderen zal de boodschap en kort en duidelijk zijn: Dit mag niet. In minder gevaarlijke situatie zal de gastouder het kind vanuit zichzelf toespreken: Ik wil niet dat jij dit doet, want..../ik vind.... verder zullen kinderen gestuurd worden door het belonen van gewenst gedrag en het negeren van ongewenst gedrag: liever tegen het kind dat lekker zit te eten zeggen”wat zit jij goed te eten!” in de hoop dat de buurman ook zijn vork weer ter hand neemt, dan deze buurman confronteren met zijn niet-eten. Bij onenigheid tussen de kinderen wordt gestimuleerd dat de kinderen dit eerst zelf proberen op te lossen voordat de gastouder ingrijpt. Natuurlijk houdt zij in de gaten of haar hulp hierbij geboden is. De gastouder kent haar kinderen en weet wie ze hierin moet stimuleren of juist af moet remmen. Gedrag dat gevaar/pijn oplevert voor het kind zelf of voor anderen wordt door gastouder niet geaccepteerd. Net als herhaaldelijk niet luisteren, dingen kapot maken, en ander storend gedrag. De gastouder zal het kind duidelijk maken dat dit niet mag en waarom dat niet mag. Ook hier weer door middel van de ik-boodschap. Wordt dit gedrag herhaaldelijk vertoond door hetzelfde kind, dan kan het kind door de gastouder even (niet langer dan 3-4 minuten) buiten de activiteit geplaatst worden. Dit kan variëren van even niet mee mogen doen tot apart op een stoeltje of even bij de gastouder komen. We hopen het kind hiermee te leren dat dit gedrag echt niet getolereerd wordt.

Deel 2 Het werkplan
2.1. Wennen
Een plaats bij de gastouder begint met een wenweek. Deze wenweek is ingesteld om een basis te leggen tussen ouder, kind en de gastouder. De eerste dag naar de gastouder is altijd samen met de ouder. Door de gastouder worden zij ontvangen en wegwijs gemaakt met kapstok, mandje, bedje enz. Voor zover het kind mee wil doen doet het mee aan het programma van die dag, wil het liever eerst kijken dan is dat ook prima. Tijdens de eerste weken besteedt de gastouder extra aandacht aan het kind. Met de regels van aan tafel zitten, wachten op de beurt en meedoen met het dagprogramma wordt soepel omgegaan. Als het kind eenmaal thuis voelt bij de gastouder zal het vanzelf meedoen met al deze dingen. Bij het wennen geldt dat wanneer het wennen niet soepel verloopt er naar een oplossing wordt gezocht. Dit gebeurt altijd in overleg met ouders en zal per kind verschillen.

2.2. Dagindeling
Een vaste dagindeling biedt de kinderen structuur en houvast. Zij raken vertrouwd met de steeds weer terugkerende vaste momenten, waardoor bij de gastouder een veilige en vertrouwde omgeving voor hen wordt. De kinderen kunnen tussen het afgesproken tijdstip gebracht en weer opgehaald worden. Wordt het kind door iemand anders opgehaald geeft de ouder dit door aan de gastouder. We houden ons graag aan vaste tijden van brengen en ophalen in verband met rust en structuur in en rondom de groep. Ouders kunnen ook een vaste dag ruilen of een dag extra hun kind komen brengen, mits de ouder dit 24 uur van tevoren aan de gastouder meldt. En dit is dan alleen mogelijk wanneer er minder dan 4 of 6 kinderen aanwezig zijn. Bij uitzondering willen wij altijd voor u naar eventuele mogelijkheden kijken. Tijdens het koppelingsgesprek tussen het gastouderbureau Diana, gastouder en ouders worden de tijden, het aantal (basis) uren en dagen bepaald en vastgelegd in een overeenkomst.
0 – 4 jaar
Er zijn vaste momenten op de dag waarbij de gastouder en kinderen gezamelijk aan tafel zitten om o.a. te eten, te drinken, te zingen, voor te lezen en te praten. Het eerste vaste moment op de dag is om 09.15 uur (9.00 uur bij gastouder Nathalie). We beginnen met de kring en worden er liedjes gezongen, een verhaal voorgelezen, zomaar wat gepraat of een kind vertelt wat hij heeft meegemaakt. Hierna is er tijd voor aan tafel te gaan drinken en wat fruit te eten, daarna worden de kinderen verschoond. Hierna doen we gezamelijk een activiteit. Om 11:30 is er weer zo’n vast moment: we gaan brood eten (12.15 uur bij gastouder Nathalie). Na het eten worden bij de kinderen de tanden gepoetst en gaan de meeste kinderen een middagslaapje doen. Met degenen die daar geen behoefte meer aan hebben gaan we wat rustigs doen (een spelletje, voorlezen o.i.d.). Om ongeveer 15:00 uur (15.30 uur bij gastouder Nathalie) zitten we weer met elkaar aan tafel om iets te
drinken en een koekje te eten (variërend van een liga, cracker, soepstengel o.i.d.). Steeds voorafgaand aan de tafel zitten is het plastijd en verschoningen. Sommige kinderen gaan op het potje en de groten kunnen naar het toilet. Er zijn activteiten zoals samen eten, liedjes zingen en naar buiten gaan etc. Die gezamelijk kunnen in deze leeftijdsgroep.
4 -12 jaar
Het is fijn om na schooltijd eerst even een kwartier tot een half uur buiten uit te kunnen rennen. Kinderen gaan dan naar binnen om wat te drinken en wat fruit (koek bij gastouder Nathalie) te eten. Dan kunnen de kinderen kiezen uit de volgende activiteit zoals; huiswerk maken, samen eens spelletje doen, knutselen, lezen of gezamelijk onder begeleiding van de gastouder naar buiten gaan. De dagindeling is een basis voor de gastouder. Natuurlijk kan hier enigzins van afgeweken worden. Maar we proberen onze gastouder zoveel mogelijk te stimuleren om zich aan deze dagindeling te houden. Er wordt geluisterd naar de wensen en behoeftes van ouders. Als zij willen dat hun kind op extra tijden wordt verschoond, gaat slapen, voeding krijgt ect. kunnen zij dat aan de gastouder kenbaar maken en kunnen er afspraken worden gemaakt. Voor de peuterleeftijd en schoolgaande kinderen geldt dezelfde regel. Willen ouders dat hun kind extra fruit eet, geen televisie, huiswerk maken, geen snoep mogen, etc. Kunnen ouders en gastouders hierover afspraken maken. Voor een volledige omschrijving van de dagindeling kunt u lezen in het onderstaande schema.

0 – 2 jaar (let op: zie dagindeling gastouder Nathalie elders op deze website)
07:00 - 09:00 Binnenkomst, vrij spelen op het kleed
09:30 - 10:00 Verhaaltje voorlezen, liedjes zingen
10:00 – 11:00 Verschoning, fruithapje/voeding
Tussen 11:00 – 12:30 Slapen
Tussen 13:00 – 15:00 Verschoning, drinken/voeding
13:00/14:00 – 14:00/15:00 Naar buiten
14:00/15:00 – 15:00/16:00 Kleed, box
15:30 – 16:00 Drinken/voeding/koekje/verschoning
15:30 – 16:30 Slapen voor baby’s die daar behoefte aan hebben
16:00 – 18:00 Kinderen kunnen opgehaald worden

2 – 4 jaar
07:00 – 09:00 Binnenkomst, vrij spelen/kleed, puzzels
09:15 – 10:00 Kring, liedjes zingen, verhaaltjes voorlezen
10:00 – 10:30 Drinken en fruit, luier verschonen
10:30 – 11:30 Knutselen, buitenspelen, spelletje
11:30 – 12:30 Boterham eten/voeding, luier verschonen
12:30 – 14:00 / 14:30 Tanden poetsen, slapen en voor het slapen gaan een verhaaltje lezen
14:00/14:30 – 14:30/15:00 Drinken en een koekje, luier verschonen
15:00 – 16:30 Knutselen, buitenspelen, spelletje
16:30 – 17:00 Drinken, en een koekje, luier verschonen
17:00 – 18:00 Naar huis, vrij spelen, puzzels

4 -12 jaar
14:30 – 15:00 Ophalen van school
14:45 – 15:15 Uitrennen
15:15 – 15:30 Drinken en fruit
16:00 – 17:00 / 18:00 keuze uit een activiteit
· Buitenspelen
· Huiswerk maken
· Spelletje
· Knutselen
· Dvd (alleen in overleg met de ouders)
· koken

2.3. Eten
Het eten wordt gezien als een sociaal groepsgebeuren. Het gaat niet alleen om het eten maar ook om het contact met elkaar. Het is een gezellig rustpunt op de dag waarbij aandacht wordt besteed aan eenvoudige tafelmanieren en de ontwikkeling wordt gestimuleerd. Hierbij zijn de volgende regels opgesteld:
- eerst boterham met hartig beleg
- eten met een vorkje
- aan tafel blijven zitten tot iedereen klaar is
- kiezen van beleg, (karne) melk, hele of halve boterhammen
- eerst even proeven voordat je roept dat je iets niet lust
Dit alles is natuurlijk afhankelijk van de leeftijd, ontwikkelingsfase, karakter en eetgewoonte van het kind. Het eten en drinken wordt niet aan de kinderen opgedrongen; eten hoort iets leuks te blijven. Al proberen wij kinderen wel te stimuleren hun bord en beker leeg te maken. Hierbij staat het prijzen van positief en het negeren van negatief gedrag voorop. Wij streven ernaar kinderen vanaf ongeveer 9 maanden uit een tuitbeker te laten drinken en bij de 2e verjaardag willen wij graag dat zij uit een gewone beker drinken. Ten aanzien van het eten wordt er rekening gehouden met diëten, allergieën, geloofsovertuiging en met wat kinderen echt niet lusten.

2.4. Activiteiten
Tussen het ochtend-drinken en de lunch en na het slapen tot de tijd dat de kinderen opgehaald kunnen worden of e.v. weer gaan slapen of na school is er tijd voor een activiteit. Zo’n activiteit is behalve een leuke bezigheid ook een manier om de verschillende ontwikkelingsgebieden te stimuleren. Ook de sociale vaardigheden komen hier vaak bij te pas. Onder een activiteit verstaan wij als het spel waarbij de gastouder een actieve rol speelt. Zo kan het zijn dat de gastouder zelf actief meespeelt (bijv. Bij een kringspelletje). Of dat zij de kinderen even op weg helpt en dan afstand neemt (ze maken samen een lange rails, de kinderen spelen daarna met de trein). Of de kinderen beginnen zelf en de gastouder helpt daar waar nodig is) bijv. bij puzzelen). Daarnaast zijn er nog de “grotere” activiteiten, die voorbereiding van de gastouder vragen. In zo’n geval heeft een gastouder van tevoren bedacht wat zij wilt gaan doen en bieden dat de kinderen aan. Ook wordt er geluisterd naar eigen ideeën van kinderen. Bij vingerverven mogen de kinderen die dat vies vinden een kwast gebruiken of kleuren in plaats van verven. Willen ze liever plakken, dan kan dat ook, maar dan zal met het kind de afspraak gemaakt worden dat het mag, maar bijvoorbeeld als het verven klaar is. Over het algemeen worden dit soort activiteiten in kleine groepjes gedaan. De andere kinderen spelen er omheen of kijken wat er aan tafel gebeurt. Soms is het prakischer om met alle kinderen tegelijk aan de slag te gaan. Kinderen die om de tafel heen spelen leiden de andere kinderen af en kinderen die ook graag willen verven vinden het moeilijk om te wachten op hun beurt. Het is dan rustigere ze allemaal aan tafel te hebben. De meeste gasouders beschikken in de buurt over een mooie speeltuin en ook kleindere speeltuintjes of hun eigen tuin. We vinden buiten spelen erg belangrijk voor de kinderen. Bij mooi weer zijn wij dus veel buiten te vinden. Daar kunnen de kinderen fietsen, schommelen, glijden, met zand spelen en met water bij warm weer, de eendjes voeren. Tijdens een lange periode van mooi weer worden binnen activiteiten naar buiten verplaatst.

2.5 Ontwikkelingsschema
Voor gastouders is er een ontwikkelingsschema gemaakt. Op zo’n schema staan allerlei ontwikkelingsfases beschreven wat gericht is op elke fase van een kind. Met zo’n schema kunnen gastouders de ontwikkeling van de kinderen bijhouden, maar ook zien welke activiteit speciaal gericht is op een bepaalde fase. Daarbij kunnen gastouders voor allerlei activiteiten, ideeën, adviezen, materialen terecht bij het gastouderbureau. Wij adviseren ook aan alle gastouders om lid te worden van de speel-o-theek en de bibliotheek.

2.6. Slapen
De jongste kinderen gaan volgens de eigen slaapritme naar bed. De kinderen slapen in principe van 11:00 tot 12:30 uur of tussen 12:30 en 15:00 uur voor de baby’s en de grotere kinderen van 12:30 tot 14:30 uur. Alle kinderen slapen – door de ouders zelf mee gebracht – (stretch/vakantie) bedjes voor de kinderen vanaf 1 jaar en/of in de box (zie 'Dagindeling' voor de slaaptijden bij gastouder Nathalie, campingbedje is aanwezig, hoeft bij mij niet meegebracht te worden). Zij slapen in een gezamelijke kamer en zit bij de jonge kinderen altijd de gastouder om toezicht te houden, mits er een babyfoon aanwezig is hoeft dit niet. Bij de wat oudere kinderen wordt er toezicht gehouden door regelmatig even te gaan kijken. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de slaapgewoontes die een kind thuis heeft. Spenen en/of knuffels worden van thuis meegenomen. Wij laten de kinderen zoveel mogelijk tot 12:30/14:30 uur in bed liggen. Kinderen die eerder wakker zijn en nog rustig liggen, blijven in bed tot het tijd is om eruit te gaan. Willen zij echt uit bed of storen zij de nog slapende kinderen, dan worden zij eruit gehaald. Dit om de rust in de kamer niet te verstoren.

2.7 Omgaan met zindelijkheid
Zindelijkheid is een grote stap op weg naar zelfstandigheid. Van jongs af aan maken wij de kinderen vertrouwd met een potje en het toilet. Wij gaan er vanuit dat het kind zindelijk wordt als het daar zelf aan toe is. Vanaf het moment dat de gastouder merkt dat het kind hier bewuster mee omgaat, speelt zij hier op in. Dit gebeurt o.a. door het prijzen van de
plasjes op het toilet en regelmatig te vragen of het kind moet plassen. De basisschool stelt de eis dat het kind zindelijk moet zijn om te worden toegelaten. Mocht een kind van 3,5 jaar nog niet bewust bezig zijn met zindelijk worden dan zal hier vanuit de gastouder meer aandacht aan worden besteed. Het kind zal vaker op het toilet gezet worden en gestimuleerd worden daar ook iets op te doen. De nadruk zal altijd blijven liggen op het prijzen van positief gedrag en het negeren van negatief gedrag. Het kind zonder luier laten lopen gebeurt altijd in overleg met de ouders.

2.8 Hygiëne
Persoonlijke verzorging
Zowel voor de kinderen als de gastouder is persoonlijke hygiëne erg belangrijk. Door een goede hygiëne voorkomt besmetting met ziekmakende micro-organismen. Kinderen worden al vroeg geleerd om hun handen te wassen voor en na het eten, na het buiten spelen en na toiletgebruik. Deze regel geldt natuurlijk ook voor de gastouder.

De woning
In en rondom de woning is het noodzakelijk ter voorkoming van ziektekiemen de ruimtes goed schoon te houden en regelmatig te luchten. Vooral in de ruimtes waar kinderen het meest verblijven. In de woning mag tijdens dat de kinderen aanwezig zijn nooit gerookt worden.

Materiaal
Het speelmateriaal en gebruiksvoorwerpen zoals spenen, voedingsflessen, beker, bordjes etc. moeten bijtijds schoongemaakt worden. De spenen en voedingsflessen elke dag onder de kraan en één keer in de week uitkoken (ik kook de flessen en spenen iedere ochtend uit). Wij verwachten ook dat het beddengoed één keer in de week wordt verschoond. Wanneer nodig wordt aan de ouders gevraagd om elke week schoon beddengoed mee te nemen. Door de gastouder wordt tussendoor het beddengoed gelucht.

Ventilatie
Om ervoor te zorgen dat er geen ziektenkiemen meer in de ruimte zijn, is het belangrijk om elke dag 5 minuten (langer is niet nodig; dit heeft alleen een negatief effect op de temperatuur) de ruimtes waar de kinderen verblijven en de slaapkamer te ventileren. Het is het handigst om dit te doen wanneer de kinderen slapen. Pas zoveel mogelijk dwarsventilatie (openzetten van twee tegenover elkaar liggende deuren of ventilatieroosters) toe.

Hoofdluis
Luizen krijg je niet door te weinig hygiëne, maar doordat iemand in de omgeving deze heeft. Het is heel belangrijk om hoofdluis snel te behandelen. Dit moeten de ouders zelf thuis doen.
a. De beste behandeling tegen luizen is iedere dag (het liefst 2 maal per dag) het haar te kammen met een luizenkam;
b. Behandel het haar van het kind met lotion of shampoo (verkrijgbaar bij de drogist en apotheek) volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
c. Na het behandelen met de lotion met het haar zorgvuldig gekamd worden met een luizenkam. Kam boven een handdoek/oud wit laken of boven een wasbak/bad. Zo worden de opvallende beestjes opgevangen, komen niet in de kleding terecht en kunnne gelijk worden weggespoeld.
d. Na het behandelen van de haren moet het kind schone kleren aan;
e. De neten kleven aan de haren en zullen niet verdwijnen door bovenstande methode en beste handmatig (m.b.v. nagels of de haren eruit te trekken) worden verwijderd. Het kan lang duren voordat alle neten verwijderd zijn. Het weghalen van de neten is wel van belang omdat daar weer nieuwe luizen uit kunnen komen.Een spoeling met azijnwater (1/3 azijn op warm water) kan helpen om de neten van de haren los te weken. Ter preventie moeten de jassen, shawls ect. al bij het binnenkomen in een plastic zak worden gedaan en opgehangen. (lees voor meer informatie bij het protocol hygiëne.

2.9 Veiligheid
De gastouder stelt duidelijke regels naar de kinderen toe ten aanzien van hun veiligheid. Er is een plan van aanpak gemaakt ten aanzien van calamiteiten (deze hangt bij ingang). De woning is enigzins aangepast voor de veiligheid van een kind. Er is een EHBO doos en een gifwijzer aanwezig. Deuren en laden van de keukenkast kunnen zij niet openen, of de kinderen kunnen niet uit zich zelf in de keuken komen. De stopcontacten zijn beveiligd en de kinderen kunnen niet uit zich zelf de trap op of af. De voordeur mag niet op slot i.v.m. brandveiligheid, natuurlijk is de regel dat kinderen niet de deur mogen open maken en kunnen de ramen niet openen. Schoonmaakmiddelen en medicijnen zijn goed opgeborgen. Door middel van een registratielijst wordt dit door de gastouder zorgvuldig bij de gehouden en ingeleverd bij gastouderbureau Diana die daarop toezicht houdt. (zie verder in de informatiegids; protocol veiligheid).

2.10 Festiviteiten
Het is feest in de groep als een kind of een gastouder jarig is. De slingers worden opgehangen en natuurlijk krijgt de kleine jarige een feestmuts op. Er is een cadeautje gekocht en de jarige neemt iets lekkers mee om uit te delen. Omdat er door het jaar heen veel feestjes zijn, vragen wij de ouders hier bij de keuze van de traktatie rekening mee te hoduen. Houd het bij een kleine gezonde traktatie. Verder wordt er aandacht besteed aan Pasen, Sinterklaas en Kerst. De groepen worden dan mooi versierd en er is een feestelijke maaltijd.

2.11 Uitstapjes
Eén keer in het jaar wordt er door gastouderbureau Diana een uitstapje georganiseerd. Dit uitstapje is voor alle kinderen en hun ouders. Deze uitstapjes zijn bedoeld om de contacten tussen ouders, gastouders en kinderen te verdiepen. Maar natuurlijk ook om de kinderen een extra leuke dag te bezorgen. Deze uitstapjes zijn bij voorbeeld naar Blijdorp, het Kralingse Bos, Zevenhuizenplas, Ballorig, Plaswijck etc. We gaan met de auto’s van zowel de ouders als de gastouders. Deze uitstapjes gaan alleen door als er voor ieder kind een eigen begeleider mee kan. Dit kan een van de gastouders zijn of een ouder/opa/oma enz. Wanneer het noodzakelijk is vragen wij hiervoor een kleine vergoeding aan de ouders. Naast deze ‘grote’ uitstapjes worden er door het jaar heen ook nog kleinere uitstapjes door de gastouder georganiseerd. Zoals de
kinderboerderij, de speeltuin, de bibliotheek etc.

2.12 Pedagogische ondersteuning
We weten allemaal dat elk kind uniek is en zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo ontwikkelt. Ook heeft elk kind zijn eigen karaktertrekjes. De gastouders vinden meestal een weg om met al deze individuutjes om te gaan en er samen een groep van te vormen. Wanneer de gastouder toch met een vraag komt te zitten ten aanzien van het gedrag van een bepaald kind, zal hier door de gastouder naar geïnformeerd worden bij gastouderbureau Diana. Het gastouderbureau zal naar eigen kennis de gastouder informeren “hoe te handelen” en in bijzondere gevallen zal het gastouderbureau informeren bij specialisten zoals; de GGD, opvoedadvies.nl en de jeugdzorg. Het kan hierbij gaan om heel uiteenlopende vragen, zoals:
· Is dit kind bezwaarlijk achter in zijn ontwikkeling
· Hoe kan ik het beste reageren op dit gedrag van een kind?
· Hoe kan ik dit negatieve gedrag omvormen naar positief gedrag?
· Een kind is hier niet goed in, hoe kan ik het kind hierin helpen?
De ouders van het betreffende kind zullen hier altijd van tevoren op de hoogte gebracht worden. In eerste instantie zal er naar aanleiding van de gestelde vraag een gesprek zijn tussen de gastouder en de ouders. Door van tevoren informatie te verschaffen zal de gastouder hiermee instrumenten zoeken en handvatten krijgen waarmee zij in de groep aan de slag kan. Eventueel kan er ook door de gastouder geobserveerd worden in de groep. In alle gevallen krijgt de gastouder hulp en
ondersteuning van het gastouderbureau.

Deel 3 De randvoorwaarden
Onderstaande onderwerpen vormen het basiskader van waaruit gewerkt wordt. Dit noemen we de randvoorwaarden.
3.1 Het gastouderbeleid
Uitgangspunt is dat een gastouder minimaal 10 uur tot maximaal 34 uur in de week kan werken. Het maximum aantal kinderen dat tegelijk aanwezig mag zijn, is (inclusief uw eigen kinderen):
· Zes kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar, inclusief uw eigen kinderen tot 10;
· Vijf kinderen wanneer zij allen jonger zijn dan 4 jaar; inclusief de eigen kinderen tot 4 jaar;
· Vier kinderen van 0 tot 1 jaar, waarvan maximaal twee van 0 jaar, ook weer inclusief uw eigen kinderen van de leeftijd.
Ook zijn er (vaste) inval-gastouders als vervanging bij vrije dagen en in geval van ziekte. En vangt u per dag meer dan 4 kinderen op dan moet er een achterwacht zijn. Zowel u als uw huisgenoten boven de 18 jaar moeten in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag.

3.2 Deskundigheidsbevordering
Gastouders krijgen structrurele scholing aangaande pedagogiek, hygiëne, veiligheid, gezondheid, commucatie, educatie en financiën. Aan de hand van cursussen, huisbezoeken, telefonisch spreekuur, werkbesprekingen, themabijeenkomsten en schriftelijke informatie wordt ingegaan op bovengenoemde onderwerpen.

3.3. Begeleiding en ondersteuning
Gastouders worden door het gastouderbureau door middel van huisbezoeken, telefonisch spreekuur en werkbesprekingen begeleid en ondersteunt in hun dagelijkse praktijk. Voor alle knelpunten en adviezen staat het gastouderbureau voor de gastouders altijd klaar. Ook zal het gastouderbureau erop bewaken dat het handelen van de gastouder conform het pedagogische beleidsplan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

3.4 Gastouderopdag
Eén keer in het jaar organiseert het gastouderbureau een gastouderdag. Dat kan een uitstapje zijn of een gezellige bijeenkomst. Dit met als doel: het leren kennen en samen delen van ervaringen tussen gastouders. Wanneer het noodzakelijk is vragen wij hiervoor een kleine vergoeding.

3.5. Het plaatsingsbeleid
Plaatsing is mogelijk vanaf twee dagen tot 5 vaste dagen/nachten/weekenden/dagdelen per week. In overleg met de ouders worden de plaatingsdagen vastgesteld in een overeenkomst. Conform het plaatsingbeleid is het minimum aantal plaatsingsdagen 2 dagen. De kinderen kunnen vanaf 3 maanden tot en met 12 jaar. (tot de eerste dag van het voortgezet onderwijs) bij ons terecht. De mogelijkheid bestaat om de plaats met een maand te verlengen als de plaats nog niet gereserveerd is. Broertjes en zusjes van geplaatste kinderen worden met voorrang geplaatst. Wij proberen dat de broertjes en zusjes bij dezelfde gastouder geplaatst kunnen worden. Wij kunnen de ouders niet altijd garanderen dat dit lukt. De groepen kunnen vol zitten, maar we zoeken dan naar een tijdelijke oplossing.

3.6 De inrichting van de ruimten
De woning is deel voor gastouderopvang aangepast. Er is genoeg ruimte om aan tafel te zitten (drinken, eten en knutselen) en in een kring te zitten. Als de kinderen gezamelijk televisie gaan kijken kan dit in de woonkamer. Om te kunnen rennen gaan de kinderen naar buiten. Voor de allerkleinsten staat er een grote box en ligt er een speelkleed. Voor de groteren kinderen is er een plek om te fietsen te rennen of spelletjes te doen. In de woning is er een mogelijkheid voor vrije speelruimte, een speelhoekje, maar ook een rustig hoekje met evt. kussens waar de kinderen zich terug kunnen trekken. Een huiselijke sfeer wordt door de gastouder zelf gecreëerd. Door de inrichting, maar ook door de interactie tussen het kind en de gastouder. Ieder kind heeft zijn eigen plekje in de groep. Er zal een vast plek worden gecreeerd voor de kinderen waar hun eigendommen in liggen. Dit is handig voor de ouders die hoeven dan niet het hele huis van de gastouder af te zoeken naar bijvoorbeeld het knuffeltje van het kind. Er is een aparte slaapkamer waar de kinderen kunnen slapen. Het streven is ook een eigen bedje maar dit is niet altijd mogelijk. De kleine baby’s hebben een eigen bedje; de grotere kinderen moeten soms bedjes delen.

Deel 4 De huisregels

4.1. Wenschema
In de ochtend: van 09:00 tot 11:00 uur samen met ouder;
In de middag: van 14:30 tot 16:30 uur samen met ouder
In de ochtend en middag zonder ouder van 08:30 /09:00 tot 16:30/17:00
Dan op de normale tijd brengen, een kwartier tot een half uurtje blijven en uiterlijk vanaf 17:00 uur weer ophalen.

4.2 Brengen en halen
Alle kinderen moeten tijdens het afgesproken tijdstip gebracht en opgehaald zijn; is dit niet mogelijk, dan verwacht de gastouder voor die tijd een telefoontje. Dit verwachten wij ook als uw kind die dag niet komt. De kinderen dienen voordat ze naar de gastouder komen, ontbeten te hebben. Eventueel kan er samen met de ouder, zolang de ouder aanwezig is een meegebrachte boterham gegeten worden. Bij aanwezigheid van de ouders bij de gastouder zijn zij zelf verantwoordelijk voor hun kinderen. Laat de gastouder weten als uw kind door een ander opgehaald wordt. Wanneer dit niet is doorgegeven, geven wij uw kind niet mee. Vakanties en andere dagen dat uw kind niet komt, moeten van tevoren doorgeven worden. Indien u niet op het gebruikelijke telefoonnummer te bereiken bent, vragen wij u door te geven op welk telefoonnummer u wel te bereiken bent of wie er anders in geval van nood beschikbaar is. Wij vragen altijd naar een noodnummer. Voor de nachtopvang houdt beide partijen zich aan de afspraken die in de overeenkomst opgesteld zijn. Bij uitzondering kan daarvan afgeweken worden. (zie verder de algemene richtlijnen).

4.3. Ziekte en letsel:
Een gastouder mag geen medische handelingen uitvoeren omdat zij daar niet bevoegd voor is. Wanneer de ouder de gastouder verzoekt om bepaalde medicijnen aan het kind toe te dienen dan is dit mogelijk als het per abuis niet (correct) toedienen van de medicatie geen schadelijke gevolgend heeft voor het kind. Aan het verzoek om een kind gedurende de dag paracetamol toe te dienen om de koorts daarmee te onderdrukken, zal de gastouder geen gevolg geven. (zie verder protocol medisch handelen).

4.4. Kleding e.d.
Elk kind dient bij de gastouder een setje kleding en een aantal luiers te hebben. Hiervoor heeft ieder kind een mandje, tasje, bakje, plankje, of een kastje. Ouders dienen er zelf zorg voor te dragen dat er voldoende kleding en luiers voor hun aanwezig zijn. Onder een set kleing wordt verstaan: ondergoed, lange of korte broek, t-shirt, trui en sokken. De kleding dient te worden voorzien van een merkje (naam, initialen of iets dergelijks) Ditzelfde geldt ook voor knuffels, spenen e.d. Elk kind kan namelijk ziek worden ongeacht de leeftijd en schone kleding nodig hebben. De gastouder is niet verantwoordelijk voor zoekgeraakte kleding, knuffels, spenen e.d. vuile kleding wordt uitgespoeld en gedroogd en daarna op de plaats teruggelegd. Vergeet dit aan het einde van de dag niet mee te nemen! We vragen u geleende kleding zo snel mogelijk schoon terug te brengen. Graag ook pantoffels voor uw kind meenemen, binnen doen we de schoenen uit en de pantoffels aan. Graag in een tijd van regen laarsjes meegeven.

4.5. Algemeen
· Opvanglocatie is altijd en volledig rookvrij
· Er mag geen snoep worden meegegeven naar de gastouder.
· Voor zover het in ons vermogen ligt zullen wij rekening houden met het gebruik van medicijnen en/of eetgewoonten.
· Wanneer een kind dieet-of andere dan het bij de gastouder gebruikte voedsel gebruikt wordt u verzocht dit zelf mee te nemen.
· Vier keer in het jaar ontvangt u van ons een nieuwsbrief.
Mocht iets niet duidelijk zijn, dan kunt u met uw vragen altijd bij zowel de gastouder als het gastouderbureau terecht.

4.6 Telefoonnummer
Buiten de openingstijden is gastouderbureau Diana voor zeer dringende vragen bereikbaar via het onderstaande telefoonnummer. Het gaat hierbij alleen om zaken die absoluut niet tot de volgende dag of na het weekend kunnen wachten. Vergeten spullen (excl. knuffel) en vragen als ‘heeft mijn kind goed geslapen of gegeten vallen hier dus niet onder.
Het telefoonnummer: Diana in ‘t Veen-de Boer : 06-14 60 43 95

4.7 Algemene richtlijnen

  1. Vraag- en gastouder worden geacht kennis te hebben genomen van de werkwijze van het gastouderbureau en de algemene voorwaarden;
  2. Gastouders worden geacht bij inschrijving de basishandleiding ter kennis te nemen en bij de aanvang te handelen conform het pedagogische plan;
  3. Een gastouder stelt zich, in principe, voor minimaal een halfjaar beschikbaar;
  4. De gastouder is tijdens de opvang altijd telefonisch bereikbaar, via vaste lijn of mobiel.

De Opvang
1. Om, in het belang van het gastkind, een goed idee te krijgen van de woonsituatie van de gastouder achter het gastouderbureau het noodzakelijk dat de gastouder tijdens het kennismaking en intakegesprek de consulente de mogelijkheid biedt samen het huis te bekijken;
2. Een gastouder dient vanaf de eerste dat van de opvang over alle noodzakelijke gegevens voor de opvang van het gastkind te beschikken;
3. Het huis waarin de verzorging en begeleiding van de kinderen plaats zal vinden, is zodanig ingericht dat er voldoendoe ruimte is voor slapen, verschonen, eten en spelen van kinderen;
4. De gastouder zorgt voor voldoende speelmateriaal dat afgestemd is op de leeftijdsgroep(en);
5. De ruimte waar de kinderen verblijven, óók de buitenruimte, voldoen aan de gangbare normen van hygiëne en veiligheid;
6. Uitgezonderd in noodgevallen laat de gastouder zonder instemming van de vraagouder en zorg voor haar toevertrouwde kinderen niet over aan anderen;
7. De gastouder gebruikt geen lichamelijke straffen;
8. De gastouder zal huisdieren slechts bij de kinderen toelaten indien deze volledig zijn te vertrouwen. De kinderen worden met deze huisdieren niet alleen gelaten;
9. Verandering in opvanguren of persoonlijke omstandigheden die relevant zijn voor de bemiddeling en opvang dienen zo snel mogelijk door gast-en vraagouder aan het Gastouderbureau doorgegeven te worden.

Vraagouder/gastouder
2 Zowel vraag-als gastouder respecteren de privacy van elkaar en behandelen informatie vertrouwelijk, ook als de koppeling is beëindigd.
3 De gast-en vraagouder voeren over de opvang en verzorging van de kinderen regelmatig overleg met elkaar;
4 De gast-en vraagouder maken tijd voor evaluatiegesprekken indien één van de genoemde partijen of het bureau dit nodig acht;
5 Voor het vervoer van een gastkind met het openbaar vervoer, in de auto of op de fiets van de gastouder, dient de vraagouder schriftelijk permanente toestemming te hebben gegeven aan de gastouder. Ook het onder de verantwoordelijkheid van de gastouder gebruiken van kinderfietsjes, steps en dergelijke door het gastkind op de
openbare weg is slecht toegestaan na schriftelijke (permanente) toestemming van de vraagouder; De zorg voor autostoeltje, -gordels en fietszitjes dient in goed onderling overleg tussen de vraag-en gastouder geregeld te worden.
6 Voor medisch handelen bij een gastkind dient de vraagouder schriftelijk permanente toestemming te hebben gegeven aan de gastouder;
7 De gastouder is middels het gastouderbureau secundair verzekerd (ongevallen en aansprakelijkheid);
8 De vraag-en gastouder dienen een aansprakelijkheidsverzekering voor pariculieren afgesloten te hebben, de zogenaamde AvP Polis. Vanaf de datum van de koppeling is de gastouder teven aanvullend verzekerd via het gastouderbureau. In sommige gvallen kan namelijk de eigen AvP verzekering niet afdoende zijn. Persoonlijke en materiele schade veroorzaakt door gastouder/gastkind zijn verzekerd met uitzondering van speelgoed en kleding. Een schadeclaim moet eerst bij de eigen AvP verzeking ingediend worden.
9 Door het tekenen van de overeenkomst van opdracht verplichten gast-en vraagouder zich, na de proeftijd van 8 weken, twee maanden opzegtermijn in acht te nemen;
10 Gast-en vraagouder laten elkaar de vrijheid meer soortgelijke overeenkomsten af te sluiten. Dit altijd in overleg met het
gastouderbureau;
11 De vraagouder wordt geadviseerd reservekleding (ook voor oudere kinderen) bij de gastouder neer te leggen of telkens mee te nemen ineen tasje.

Het gastouderbureau
1. Het gastouderbureau bemiddelt alleen dan wanneer de vraag naar het aanbod voor de opvang voldoet aan het minimum gestelde uren van 10 uur per week.
2. Indien een koppeling eindigt of dreigt te eindigen als gevolg van een conflict tussen vraag-gastouder vinden beide partijen, zich samen of apart bereid tot een gesprek met een consulente van het bureau.
3. Het gastouderbureau vraagt van de gastouders een verklaring omtrent het gedrag;
4. Alle betrokkenen kunnen een beroep doen op het Gastouderbureau om zaken betreffende kinderopvang aan de orde te stellen;
5. Het gastouderbureau organiseert op gezette tijden werkbesprekingen, telefonische spreekuren, cursussen en thema-avonden die de deskundigheid van de gastouder bevorderen;
6. Bij onverwachte omstandigheden zoals ziekte van gastouder kan er in overleg met het gastouderbureau een beroep worden gedaan op een reserve gastouder die heeft aangegeven tijdelijke noodopvang te willen/kunnen verzorgen. Voor kortdurende vervanging raadt het gastouderbureau de vraagouder aan zelf voor vervangende opvang te zorgen (zodat het kind niet teveel met ‘vreemde mensen’ geconfronteerd wordt);
7. Bij langdurige afwezigheid van de gastouder worden door het gastouderbureau in overleg met de gastouder-en vraagouder naar een (structurele) oplossing gezocht.

Opvangtijden
1. Als opvangtijd geldt de tijd die als aanvangstijd is afgesproken tot het tijdstip waarop de vraagouder met het kind het gastgezin verlaat en dan wel de zorg voor het kind wordt overgenomen door de vraagouder;
2. Haal-en brengtijden (bijv. van en naar school of peuterspeelzaal enz.) behoren tot de opvangtijd. Indien de vraagouder het kind onverwacht eerder ophaalt of tussentijds even weg moet. (bijv.consultatiebureau, tandarts) dan dienen de toch eerder afgesproken opvanguren te worden betaald:
3. Bij afmelding van het gastkind, korter dan 1 week van tevoren, dus ook bij ziekte, worden de eerste twee dagen doorbetaald. (Bij onregelematige uren wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal opvanguren per week);
4. Erkende feestdagen worden niet doorbetaald. Indien mogelijk geven gast- en vraagouder hun vakantieperioden en vrije dagen een jaar van te voren aan elkaar door. Vraagouder dient minimaal een maand van te voren de vakantie door te geven. Is dit korter dan een maand dat wordt de gastouder voor 50% doorbetaald. Wordt de opvang door de vraagouder minder dan en week afgemeld dan wordt de gastouder voor VOLLEDIG doorbetaald.
5. Bij (incidentele) verhindering van de gastouder dient zo mogelijk minimaal twee weken van tevoren met de vraagouder en/of het gastouderbureau te worden overlegd, met het oog op een vervangende mogelijkheid:
6. Bij afwezigheid van de gastouder, om welke reden dan ook, vindt geen betaling;
7. De gastouder houdt een urenstaat bij, die door een ouder wordt geaccordeerd;
8. Indien door de vraagouder verlangd wordt dat de opvang na landurige stopzetting (bijvoorbeeld tijdens zwangerschapsverlof) gecontinueerd blijft, blijven de opvangkosten gedurende de stopzetting 50% van de afgesproken uren. De vraagouder kan dan (maar dit hoeft niet) haar/zijn kind voor 50% van de afgesproken uren laten opvangen.
9. Verandering, in de opvantijden en/of de opvangsituatie (bijvoorbeeld als er meer kinderen worden opgevangen) dienen aan het gastouderbureau gemeld te worden. Indien nodig kan de overeenkomst worden aangepast.
10.Wanneer een vraag-of gastouder misbruik maakt van de faciliteiten van het gastouderbureau kan de overeenkomst met de vraag-of gastouder met onmiddelijke ingang worden beëindigd, dit ter beoordeling van het gastouderbureau. In zaken waarin de richtlijnen niet voor, vindt overleg plaats met het gastouderbureau. Verder kunt u de Algemene Voorwaarden en de contracten lezen waar ook deze punten weer naar voren komen.

4.8 Klachten/meningsverschillen
In geval van meningsverschillen kan advies worden ingewonnen bij gastouderbureau Diana en zullen vraag-en gastouders met elkaar in overleg treden. De wet Klachtenrecht cliënten zorgsector regelt ook het klachtrecht voor de kinderopvang. Deze wet bepaalt dat vraagouders hun rechten moeten kunnen halen, als zij klachten hebben over de geboden opvang. De procedure die ouders hiervoor kan volgen, staat beschreven in de klachtenregeling. Als de ouder en het gastouderbureau er samen niet uitkomen, kunnen ze de kantonrechter inschakelen (bron min. SZW). Gastouderbureau Diana is aangesloten bij de stichting Klachtencommissie Kinderopvang. Het klachtenregelement van deze commissie en de eigen klachtenregelement is gastouderbureau Diana op te vragen.

4.9 Medezeggenschap
Het gastouderbureau is een bemiddelingsbureau voor gast-en vraagouders. Het gastouderbureau is dan ook dienstverlenend en klantgericht ingesteld. Door gehoor te geven aan hun mening wordt de kwaliteit en professionaliteit bevorderd. Gastouders denken actief mee over het beleid en het programma van het gastouderbureau in de gastouderraad. Vraagouders worden vertegenwoordigd in de oudercommissie. Ook zij denken mee over het beleid van het
gastouderbureau. Volgens de nieuwe wet op de kinderopvang die in januari 2005 in werking is getreden moeten gastouderbureaus een oudercommissie instellen. De leden van deze commissie worden gekozen uit de vraagouders van wie de kinderen worden opgevangen via het gastouderbureau. De oudercommissie bepaalt haar eigenwerkwijze. De inspraak van vraagouders zoals genoemd in de wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) verloopt via de oudercommissie. Deze wet wordt in de organisatie vertaald in een medezeggenschapsregelement. Dit reglement beschrijft de procedures en bevoegdheden van de oudercommissie. Het reglement wordt opgesteld door het gastouderbureau en de “oudercommissie in oprichting” De oudercommissie in oprichting heeft verzwaard adviesrecht op dit regelement. De WMCZ schrijft voor dat het gastouderbureau de oudercommissie formeel installeert. Het bestuur van de organisatie doe
dat door het medezeggeschapsreelement in een vergadering vast te stellen. Hier komt geen notaris aan te pas. (bron: BOINK)
Bij het vaststellen van het reglement zullen de volgende punten worden opgenomen
· Het aantal leden van de oudercommissie;
· De wijze waarop de leden worden gekozen;
· De zittingsduur van de leden
De oudercommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Voor een wijziging van het regelement is instemming nodig van de oudercommissie.

De oudercommissie heeft adviesrecht over:
· De uitvoering van het kwaliteitsbeleid;
· Algemene voedingsaangelegenheid;
· Beleid over opvoeding, veiligheid, gezondheid, spel-en ontwikkelingsactiviteiten;
· Openingstijden
· Regeling betreffende behandeling van klachten;
· Wijziging van de prijs van kinderopvang-en begeleidingskosten.
De oudercommissie moet over informatie kunnen beschikken die nodig is om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen. Het gastouderbureau kan alleen afwijken van een advies van de oudercommissie als het schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het advies strijd is met belang van de kinderopvang. (bron: Min. SZW) Het model van het
medezeggeschapsregelement is op te vragen bij gastouderbureau Diana.